Wil je een marketingmanager bij een middelgroot bedrijf bereiken, een HR-directeur in de zorg of de inkoper van een specifiek bedrijf? Dan is LinkedIn het kanaal. Nergens anders kun je zo precies adverteren op functie, sector en bedrijf.
Die precisie heeft een prijs: adverteren op LinkedIn is meestal duurder dan op Meta of Google. In deze gids lees je hoe het werkt, en hoe je ervoor zorgt dat het zich terugbetaalt.
Hoe werkt adverteren op LinkedIn?
Je adverteert via LinkedIn Campaign Manager. Net als bij andere platforms kies je een doel, een doelgroep, een budget en advertenties. Het grote verschil zit in de doelgroep: die stel je samen op basis van zakelijke kenmerken.
Stap 1: kies je doel
- Bekendheid: zoveel mogelijk mensen in je doelgroep bereiken.
- Websitebezoeken: mensen naar een pagina op je website sturen.
- Betrokkenheid of videoweergaven: reacties of kijkers voor je content.
- Leads: contactgegevens verzamelen, bijvoorbeeld met een leadformulier in LinkedIn.
- Websiteconversies: aanvragen of aankopen op je website.
Kies het doel dat het dichtst bij je echte resultaat ligt. Wil je aanvragen, kies dan voor leads of conversies, niet voor websitebezoeken.
Stap 2: bepaal je doelgroep
Hier zit de kracht van LinkedIn. Je kunt onder meer kiezen op:
- functietitel, functiegebied en senioriteit, zoals marketing, manager of directeur;
- sector en bedrijfsgrootte, zoals zorg en 50 tot 200 medewerkers;
- specifieke bedrijven, door een lijst met bedrijfsnamen te uploaden;
- websitebezoekers en contactlijsten, om mensen te bereiken die je al kennen.
Stap 3: kies het juiste formaat
| Formaat | Wanneer gebruik je het? |
|---|---|
| Afbeelding | De basis: een sterke afbeelding met een korte tekst en een duidelijke knop |
| Video | Laten zien wie je bent of hoe iets werkt, kort en met ondertiteling |
| Carrousel | Meerdere producten, diensten of stappen in één advertentie |
| Document | Een whitepaper, checklist of rapport dat mensen direct in LinkedIn kunnen bekijken |
| Leadformulier | Aanvragen verzamelen zonder dat mensen je website hoeven te bezoeken |
Leadformulieren werken vaak het best. LinkedIn vult de naam, functie en het bedrijf van de gebruiker al in, waardoor een aanvraag maar een paar klikken kost.
Stap 4: budget en kosten in de hand houden
LinkedIn hanteert een minimumbudget per campagne, dat je in Campaign Manager ziet. Belangrijker is de vraag: wat mag een lead kosten?
Reken het vooraf uit. Stel dat één op de tien leads klant wordt, en een klant gemiddeld € 5.000 oplevert. Dan is een lead € 500 waard, en is € 100 per lead een prima investering. Levert een klant € 300 op, dan wordt LinkedIn al snel te duur.
Zo houd je de kosten in de hand:
- Begin met een vast testbudget en een paar varianten van je advertentie.
- Stop wat niet werkt na een paar weken, en geef wat wel werkt meer budget.
- Gebruik het juiste biedmodel. Laat LinkedIn automatisch bieden op je doel, en stel eventueel een maximum in.
Stap 5: meet wat het oplevert
- Installeer de LinkedIn Insight Tag op je website, en stel je conversies in.
- Gebruik UTM-codes in je advertentielinks, zodat je de resultaten ook in Google Analytics ziet.
- Koppel leadformulieren aan je CRM of mailprogramma, zodat leads niet blijven liggen en je ziet welke klant worden.
LinkedIn in je totale plan
LinkedIn werkt het best als onderdeel van een groter geheel. Iemand ziet je advertentie, bezoekt later je website via Google en neemt dan pas contact op. Combineer LinkedIn daarom met een sterke website, Google Ads voor mensen die actief zoeken en een goede opvolging van leads. Lees ook onze gids over adverteren op Facebook en Instagram.
Hulp bij adverteren op LinkedIn?
Wil je beslissers bereiken zonder dat je kosten per lead uit de hand lopen? We kijken graag mee naar je doelgroep, je advertenties en je meting. Je krijgt meteen drie concrete verbeterpunten.