De cijfers van je marketing staan verspreid over Google Analytics, Google Ads, Meta, Search Console en misschien nog een CRM of donateursysteem. Wil je weten hoe het gaat, dan moet je overal inloggen. Een Looker Studio-dashboard zet alles op één plek.
In dit artikel lees je hoe je een dashboard maakt dat je ook echt gebruikt.
Wat is Looker Studio?
Looker Studio, vroeger Google Data Studio, is een gratis tool van Google om dashboards en rapportages te maken. Je koppelt je gegevensbronnen, sleept grafieken en tabellen op een pagina, en deelt het dashboard met een link. De cijfers worden automatisch bijgewerkt.
Stap 1: begin bij de vragen
De meeste dashboards mislukken niet door de techniek, maar doordat niemand weet waar ze voor zijn. Begin daarom met de vragen die het dashboard moet beantwoorden, bijvoorbeeld:
- Hoeveel aanvragen, verkopen of donaties leverde onze marketing deze maand op?
- Welke kanalen leveren het meeste op, en tegen welke kosten?
- Gaan we de goede kant op ten opzichte van vorige maand en vorig jaar?
Elke grafiek in je dashboard moet een van die vragen beantwoorden. Een grafiek die dat niet doet, kan weg.
Stap 2: kies de cijfers die ertoe doen
Kies per vraag één of twee cijfers. Voor de meeste organisaties zijn dat:
| Vraag | Cijfer |
|---|---|
| Wat leverde het op? | Aantal conversies en conversiewaarde (aanvragen, omzet, donaties) |
| Wat kostte het? | Advertentiekosten, kosten per conversie |
| Hoe rendabel? | ROAS of kosten per nieuwe klant of donateur |
| Waar komt het vandaan? | Conversies per kanaal |
| Hoe vindbaar zijn we? | Klikken en vertoningen in Search Console |
Stap 3: koppel je bronnen
Maak in Looker Studio een nieuw rapport en voeg je bronnen toe. Gratis koppelingen zijn er onder meer voor:
- Google Analytics 4, voor bezoekers en conversies;
- Google Ads, voor kosten, klikken en conversies;
- Search Console, voor je vindbaarheid in Google;
- Google Sheets, voor alles wat je zelf aanlevert, zoals cijfers uit je CRM of donateursysteem.
Voor Meta, LinkedIn en andere platforms heb je een koppeling van een andere partij nodig, of je laadt de cijfers via Google Sheets in.
Stap 4: bouw het dashboard op
Een opbouw die voor de meeste organisaties werkt:
- Bovenaan: de drie tot vijf belangrijkste cijfers als grote getallen, met de verandering ten opzichte van de vorige periode.
- Daaronder: een lijngrafiek met de ontwikkeling over tijd, bijvoorbeeld conversies per week.
- Per kanaal: een tabel met per kanaal de bezoekers, conversies, kosten en kosten per conversie.
- Een tweede pagina met details per kanaal, voor wie verder wil kijken.
Zet een datumkiezer bovenaan, zodat iedereen zelf de periode kan kiezen.
Stap 5: deel en gebruik het
Deel het dashboard met een link, en spreek af wanneer je ernaar kijkt, bijvoorbeeld in een maandelijks overleg. Een dashboard dat niemand opent, levert niets op. Stel eventueel een automatische e-mail in, zodat het dashboard elke maand als PDF in de inbox komt.
Veelgemaakte fouten
- Te veel grafieken. Hoe meer er op een pagina staat, hoe minder iemand ziet. En hoe trager het dashboard laadt.
- Cijfers zonder vergelijking. “120 aanvragen” zegt weinig. “120 aanvragen, 20% meer dan vorig jaar” zegt veel.
- Vanity metrics. Volgers, likes en vertoningen zijn leuk, maar zeggen weinig over resultaat. Zet ze hooguit op een tweede pagina.
- Verschillende definities. Zorg dat een conversie in het dashboard hetzelfde betekent als in Google Ads en GA4, anders vergelijk je appels met peren.
Hulp nodig?
Wij maken voor onze klanten een dashboard waarin ze in één oogopslag zien wat hun budget oplevert, en we bespreken het elke maand samen. Wil je ook zo’n overzicht? Bekijk onze dienst tracking en data, of plan een gesprek.