Wil je weten welke campagne aanvragen oplevert, hoeveel mensen op je knop Doneer nu klikken, of je advertenties in Google en Meta echt werken? Dan heb je meetcodes nodig op je website. Google Tag Manager is de tool waarmee je die op één plek beheert, zonder dat je elke keer een developer nodig hebt.
In deze gids lees je wat Google Tag Manager is, hoe het werkt en hoe je het stap voor stap instelt.
Wat is Google Tag Manager?
Google Tag Manager, vaak afgekort tot GTM, is een gratis tool van Google. Je plaatst één keer een stukje code van Tag Manager op je website. Daarna kun je via Tag Manager zelf meetcodes toevoegen, aanpassen of verwijderen, bijvoorbeeld van:
- Google Analytics 4
- Google Ads-conversies
- de Meta-pixel
- de LinkedIn Insight Tag
- andere tools, zoals een heatmap- of chattool
Zonder Tag Manager moet elke meetcode los in de code van je website worden geplaatst. Dat kost tijd, en elke aanpassing is een risico.
Hoe werkt Google Tag Manager?
Alles in Tag Manager draait om drie onderdelen:
| Onderdeel | Wat het is | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Tag | Wat er moet gebeuren | Een conversie naar Google Ads sturen |
| Trigger | Wanneer het moet gebeuren | Als iemand de bedankpagina na het formulier bekijkt |
| Variabele | Extra informatie die je meestuurt | Het bedrag van een donatie of bestelling |
Je zegt dus eigenlijk steeds: stuur dit (tag), op dit moment (trigger), met deze informatie (variabele).
Al je tags, triggers en variabelen staan in een container: meestal één per website.
Google Tag Manager instellen in 6 stappen
1. Maak een account en container aan
Ga naar tagmanager.google.com, log in met je Google-account en maak een account aan voor je organisatie en een container voor je website. Kies Web als platform.
2. Plaats de code op je website
Tag Manager geeft je twee stukjes code: één voor in de <head> en één direct na de opening van de <body>. Plaats ze op elke pagina van je website. Gebruik je WordPress, Shopify of een ander systeem, dan kan dat vaak met een plug-in of een veld in de instellingen.
3. Stel de Google-tag in voor GA4
Maak een nieuwe tag aan van het type Google-tag en vul de meet-ID van je GA4-property in (die begint met G-). Kies als trigger Initialisatie - Alle pagina’s. Zo meet GA4 vanaf nu alle paginaweergaven.
4. Meet je belangrijkste acties
Bedenk wat voor jou een conversie is: een ingevuld contactformulier, een donatie, een aankoop, een aanmelding. Stel daarvoor een tag in, bijvoorbeeld:
- een GA4-event met een duidelijke naam, zoals aanvraag of donatie;
- een Google Ads-conversie, met het conversie-ID en label uit je Google Ads-account;
- een event voor de Meta-pixel en de LinkedIn Insight Tag, als je daar adverteert.
De eenvoudigste trigger is vaak het bekijken van de bedankpagina na een formulier. Heb je geen aparte bedankpagina, dan kan het ook met een trigger op het versturen van het formulier, of met een melding die je website naar Tag Manager stuurt (de dataLayer).
5. Koppel je tags aan je cookiebanner
In Europa mag je alleen meten en adverteren met toestemming van de bezoeker. Daarvoor gebruik je Consent Mode v2: je cookiebanner geeft door wat de bezoeker heeft toegestaan, en Tag Manager houdt zich daaraan. De meeste cookietools, zoals Cookiebot en CookieYes, hebben een kant-en-klare koppeling met Tag Manager.
6. Test en publiceer
Klik in Tag Manager op Voorbeeld. Je website opent dan met Tag Assistant, waarin je per klik ziet welke tags worden afgevuurd. Vul je formulier in, doe een testdonatie of bestelling, en controleer of de juiste tags afgaan, met de juiste waarde.
Klopt alles? Klik dan op Verzenden en geef je versie een duidelijke naam, zoals Conversie aanvraagformulier toegevoegd. Zo kun je later altijd terug naar een eerdere versie.
Veelgemaakte fouten
- Dubbel meten, omdat dezelfde code zowel los als via Tag Manager op de site staat.
- Niet testen voordat je publiceert, waardoor conversies weken niet of verkeerd worden gemeten.
- Alles als conversie meten. Een klik op je telefoonnummer is iets anders dan een donatie. Maak onderscheid tussen echte conversies en kleinere acties.
- Geen toestemming regelen, waardoor je meet zonder toestemming, of juist helemaal niets meet.
- Geen overzicht. Geef tags, triggers en variabelen duidelijke namen, zoals GA4 - event - aanvraag, zodat je over een jaar nog weet wat wat is.
Server-side tagging
Je hoort steeds vaker over server-side tagging. Daarbij lopen je metingen eerst via een eigen server in plaats van rechtstreeks vanuit de browser van de bezoeker naar Google of Meta. Dat geeft meer controle over welke gegevens je deelt, en je mist minder metingen door adblockers en browserbeperkingen. Het is wel complexer en kost geld voor de server. Voor de meeste organisaties is een goed ingerichte standaardcontainer de eerste stap.
Hulp nodig?
Een goede meting is de basis van al je marketing. Meet je verkeerd, dan sturen Google Ads en Meta op de verkeerde dingen. Wil je zeker weten dat je Tag Manager, GA4 en conversies kloppen? Bekijk onze dienst tracking en data, of plan een gesprek.
Lees ook: UTM-codes: zo zie je waar je bezoekers vandaan komen.